Het druivenras ‘Gamay Noir à Jus Blanc’ geeft aan de wijnen van de Beaujolais die typische vreugdevolle, frisse smaak, die van dit gebied misschien wel de bekendste Franse wijnstreek heeft gemaakt. Maar zoals altijd en overal: er zijn verschillen, ook binnen de Beaujolais. Niet alleen komt uit een deel van de streek een wijn, die net iets meer klasse heeft: ‘Beaujolais Villages’, maar daarbinnen wordt in een tiental dorpen een wijn met een duidelijk eigen, typisch karakter gemaakt: de tien ‘Crus du Beaujolais’, zoals Fleurie, Brouilly, Morgon, Chiroubles en ook Saint-Amour.

Van deze en andere genoten wij, toen wij in het oude stadskasteeltje van de Gravin van de Beaujolais, Anne de Beaujeu, logeerden, dat nu dienst doet als een naar de Gravin genoemd klein romantisch hotel. De châtelain van toen, Jany-Joel Cancela, bevlogen kenner van de wijnen uit de streek, stond er op ons bij het diner een keur aan fraaie ‘Crus’ te laten proeven, als laatste een Saint-Amour. Ik wist niet beter dan dat deze wijn zijn reputatie vooral aan zijn naam dankt, deze Saint-Amour was echter zo betoverend mooi, dat ik hem graag helemaal had opgedronken. Maar helaas is er een grens aan mijn incasserings-vermogen. Onze gastheer had daar echter minder moeite mee:
“Moi, je m’occupe de ça!” Geen probleem met een wijn, die meer dan welke andere ook, gekenmerkt wordt door zo’n hoog gehalte aan gebottelde levensvreugde!

Hilco Frijliink,
voormalig directeur