De verleidelijke vrouwen uit de rijke historie van Frankrijk hebben mij altijd gefascineerd. Ja, sterker nog: ik heb geslapen in het bed van Madame de Montespan in de gelijknamige herberg bij Orléans en ben op het Château de Chenonceaux achter het raam gaan zitten waar Diane de Poitiers uitkeek naar Henri II, haar koninklijke amant.

Zo werd mijn belangstelling ook getrokken door Anne, de oudste dochter van Louis XI van Frankrijk, die reeds op twaalfjarige leeftijd huwde met Pierre de Beaujeu (in de Beaujolais zijn ze er altijd al vroeg bij geweest). Dit echtpaar heeft een grote rol in de eenwording van Frankrijk gespeeld door het arrangeren van een huwelijk tussen Anne de Bretagne en hun voogdijkind, de minderjarige Charles VIII. Zij bezaten een stadskasteeltje in Beaujeu, dat thans in gebruik is als een exclusief klein hotel. Het spreekt haast vanzelf dat ik al jaren mijn zinnen had gezet op een verblijf aldaar. Maar helaas! Bij iedere gelegenheid dat ik probeerde te reserveren kreeg ik te horen dat men al ‘complet’ was.

Tot die keer, volstrekt hors saison, dat ik geluk had. Weliswaar betekende dat een paar honderd kilometer extra rijden en ik kan u verzekeren dat dwars door Lyon in het donker bij stromende regen geen pretje is, maar het vooruitzicht een lang gekoesterde wens in vervulling te zien gaan, vergoedde veel. Van het avontuur dat daarop volgde, had ik echter nog geen idee.

Moe van de lange reis, met aan iedere hand een zware koffer, wilden we ons bij de receptie gaan melden. Maar nog voor we de deur achter ons hadden dichtgetrokken, kwam de receptioniste al achter de balie vandaan: “Ach, u bent het echt: de Wolvenman!”. Nou ja, ik wil best toegeven wereldberoemd te zijn in het dorp waar ik woon en eventueel ook nog een beetje in de directe omgeving, maar hier? Op meer dan duizend kilometer van huis? Toen schoot een klein mormel van een harig hondje onder de balie uit en ik wist het meteen!

Jaren eerder, toen we onderdak hadden gevonden in een ander, groter hotel in de omgeving (inderdaad, ook toen was ‘Anne de Beaujeu’ al weer vol), stond samen met ons een dame met een hondje, dàt hondje, in de lobby. Luidruchtig beklaagde ze zich over alle wandaden van haar ‘bichon’, die postbodes achterna zat, bezoekers belaagde en volstrekt niet wilde luisteren. Nadat ik haar klaagzang een poosje glimlachend had aangehoord, kon ik het niet laten haar te zeggen, dat ze haar schatje totaal verkeerd aanpakte. Ik vertelde haar, dat als ze enkele simpele maatregelen een paar weken consequent in acht zou nemen, haar problemen als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen.

De spottende reactie was uiteraard voorspelbaar: “Zo zo, hoe weet u dat allemaal zo goed?!” (Fransen verkeren toch al in de veronderstelling dat iemand die hun taal niet vloeiend spreekt. tenminste een beetje achterlijk moet zijn). Maar toen ik vertelde dat mijn kennis van hondengedrag gebaseerd was op jarenlange ervaring met tamme, halftamme en wilde wolven, was madame onder de indruk en beloofde mijn adviezen nauwgezet in acht te zullen nemen. En, zo bleek nu, met verbluffend goed resultaat!

Al gauw werd duidelijk, dat het grote hotel eigendom en inkomstenbron was van het echtpaar, dat verder bijna als liefhebberij het stadskasteeltje exploiteerde. Monsieur stond in de keuken, madame was verantwoordelijk voor het beheer in het algemeen en meer in het bijzonder de verzorging van de vijf behaaglijk comfortabel ingerichte kamers. En, hoe kon het anders, we waren meer dan van harte welkom!

Bij het tongstrelend resultaat van zijn culinaire inspanningen, kwam de patron ons een romantische fles ‘Saint-Amour’ aanbieden (overigens een Cru du Beaujolais, die ik meer door zijn naam dan door zijn smaak vind uitblinken) en kwam daarna met nog een fles en nòg één die we ook moesten proeven. Nou zeg ik niet graag ‘nee’ tegen het product van de Gamay druif, want nergens anders dan in deze gezegende landstreek komt deze druif zo volledig tot zijn recht. Helaas, mijn absorptievermogen is niet onbegrensd. Maar geen nood, onze gastheer kwam ons te hulp: “Moi, je m’occupe de ça!”.

Dat zelfs na jarenlange training zoveel levensbloed van ‘Clochemerle’ niet zonder gevolgen blijft, bleek de volgende morgen, toen we uitgerust en geheel verkwikt aan het ontbijt zaten. Naast onze bordjes lag een aantal dichtbeschreven velletjes, waarop Jany-Joel zijn levensfilosofie in het algemeen, de geneugten van de Beaujolais in het bijzonder, maar ook in ruimer verband van de Franse mentaliteit en deszelfs verdiensten voor Europa, verder hoe positief Denemarken (?) gewaardeerd moest worden, etc, etc, etc. Dat deze ongetwijfeld diepzinnige overpeinzingen niet helemaal aan ons besteed waren, hoeft geen verbazing te wekken, maar dat ook een lieve Franse vriendin deze vrucht van vlijtig nachtelijk denkwerk niet volledig kon volgen, moet ongetwijfeld worden toegeschreven aan de bijzonder geestverruimende invloed van een wijn, die meer dan welke andere ook, wordt gekenmerkt door een hoog gehalte gebottelde levensvreugde.

Hilco Frijliink,
voormalig directeur